RUNDVEELOKET

Boor (B)


Gebreksverschijnselen

Een gebrek aan boor komt zelden voor bij maïs. De bladeren vertonen witte strepen of kleine dode plekjes. De plant  zijn bros. Boor wordt niet vlot getransporteerd in de plant. Bij een gebrek zijn de internodiën niet (volledig) uitgegroeid en blijven mannelijke en vrouwelijke bloeiwijzen klein of afwezig. Een gebrek aan boor resulteert vaak in een slechte korrelzetting, verspreid over de hele kolf. Boorgebrek treedt op bij koude en droogte, bij een hoge pH en bij een overmatige kaliumbemesting. Boriumgebrek komt vaker voor op zandgronden.  

In de plant

Boor is in de plant aanwezig in het groeipunt, de bloeiwijze, de bladeren en het floëem. Het floëem is belangrijk voor de stabiliteit van de celmembranen en het transport van assimilaten die gevormd worden door fotosynthese. Het sporenelement stimuleert de bloei en vruchtzetting. Boor speelt ook een rol bij het vervoer van assimilaten in de plant en bij de celstrekking en celdeling. Boor regelt het evenwicht en transport van suikers en zetmeel in de plant. 

In de grond

Boor is gevoelig aan uitspoeling. Op zandgronden zal er bijgevolg sneller een boorgebrek optreden.

Bronnen:

Overzicht gebreksverschijnselen


Gebreksverschijnselen: boor

 

Boorgebrek maïs 1
Boorgebrek bij maïs (bron: YARA, Boron Deficiency Corn)

 

Boorgebrek maïs 2
Boorgebrek bij maïs (bron: University of Georgia)

Boorgebrek maïs 3
Boorgebrek bij maïs (bron: University of Georgia)

Boorgebrek maïs 4
Boorgebrek bij maïs (bron: University of Georgia)