RUNDVEELOKET

Onderzoek naar de effecten van selectief behandelen van niet-ernstige klinische mastitis aan de hand van sneltesten voor kiemdetectie in de melk


Veldproef in Vlaanderen

In augustus 2022 werd door M-teamUGent, DGZ, ILVO en Hooibeekhoeve als onderdeel van een VLAIO landbouwproject, een veldproef gestart om na te gaan wat de resultaten zijn van selectief behandelen van niet-ernstige klinische mastitis (= uierontsteking) op Vlaamse bodem. Met niet-ernstige klinische mastitis bedoelen we deze uierontstekingen waarbij afwijkingen aan de melk (= mild) en/of aan de uier (= matig) te zien zijn. Van zodra de koe algemene symptomen vertoont zoals hoge koorts, uitdroging, een gebrek aan eetlust en moeilijkheden bij het rechtkomen, dan spreekt men van een ernstige klinische mastitis. In deze gevallen is het steeds aangeraden om de dierenarts te bellen en de koe direct te laten behandelen. 

Bij selectieve behandeling wordt gebruik gemaakt van sneltesten voor kiemdetectie in de melk. Deze sneltesten kunnen na 18 tot 24 uur al afgelezen worden en op basis van het verkregen resultaat wordt de koe al of niet met antibiotica behandeld. Wanneer uit de sneltest blijkt dat het geval van mastitis veroorzaakt werd door een gram-negatieve kiem (zoals Escherichia coli of Klebsiella) of wanneer er geen groei te zien is (bijvoorbeeld bij gisten, schimmels of wanneer er effectief geen kiem aanwezig is) op de sneltest, dan wordt beslist om deze koe zonder antibiotica te behandelen.

Tijdens deze veldstudie op Vlaamse bodem worden de koeien met niet-ernstige klinische mastitis op elk deelnemend melkveebedrijf ingedeeld in 2 groepen. De ene groep wordt, zoals vroeger, direct na de detectie van de niet-ernstige uierontsteking met antibiotica behandeld (= controlegroep), terwijl bij de tweede groep eerst een sneltest voor kiemdetectie in de melk wordt uitgevoerd. Hiervoor wordt een melkstaal van het aangetaste kwartier zo snel mogelijk naar de dierenartsenpraktijk gebracht. Vervolgens voert de dierenarts op zijn/haar praktijk een sneltest uit en rapporteert hij/zij na 24u het resultaat aan de veehouder, samen met het advies om al dan niet met antibiotica te behandelen.

 

Sneltest
Figuur 1. Sneltest voor kiemdetectie

Het doel van selectief behandelen is in de eerste plaats om het antibioticumgebruik binnen de melkveesector verder te doen dalen. Bijkomende voordelen zijn onder andere dat de melk niet of minder lang moet weggegoten worden indien niet met antibiotica behandeld wordt en dat er gerichter behandeld kan worden omdat er snel kennis is van de veroorzakende kiem. De resultaten van de sneltesten kunnen daarenboven ook gebruikt worden om de bedrijfsbehandel- en preventieplannen aan te passen op basis van de meest voorkomende mastitis veroorzakende kiemen die via de sneltestresultaten aan het licht zijn gekomen.

Studies in het buitenland

Deze aanpak is gebaseerd op een hele reeks wetenschappelijke studies uitgevoerd in onder andere de VS, Canada, Nieuw-Zeeland, Nederland en Duitsland.
In deze studies, waarin vele duizenden dieren werden opgenomen, werden de sneltesten door de melkveehouder zelf uitgevoerd op de melkveebedrijven. De veestapel op de gemiddelde Vlaamse melkveebedrijven is echter vaak veel minder groot dan deze in het buitenland, waardoor het belangrijk is om bij ons de sneltesten door de dierenartsenpraktijk te laten uitvoeren. Het gemiddelde aantal milde en matige klinische mastitis gevallen per maand is op een goed draaiend maar gemiddeld of klein melkveebedrijf namelijk laag, waardoor er onvoldoende routine kan worden opgebouwd door de melkveehouder om de sneltesten op het melkveebedrijf zelf uit te voeren.

Ook in deze buitenlandse veldstudies werden een controlegroep en een groep van selectieve behandeling met elkaar vergeleken. De te vergelijken parameters waren onder andere het antibioticumgebruik, de genezing (zowel het verdwijnen van de symptomen als van de bacterie), het aantal dagen dat de melk apart werd gehouden, het celgetal de melkproductie en het risico op opruimen en herval tijdens de lactatie. 

Effecten van selectief behandelen van niet-ernstige klinische mastitis

Recent werden 13 vergelijkbare wetenschappelijke studies rond selectief behandelen samengebracht in één studie waaruit één overkoepelend besluit kon getrokken worden wat betreft de gevolgen van selectief behandelen. De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat selectieve behandeling geen nadelige gevolgen had op het celgetal, de melkproductie, de genezing, het herval en het opruimen. Uit enkele studies bleek zelfs dat de melk gemiddeld sneller terug mee kon geleverd worden.

Er werd telkens een daling van 20% tot zelfs meer dan 50% in antibioticumgebruik gerapporteerd in de groep met de koeien die selectief behandeld werden. De grootte van de daling was evenwel afhankelijk van welk type mastitisverwekker het meest prominent aanwezig was op de bedrijven. Zo was de daling in antibioticumgebruik bijvoorbeeld sterker voelbaar op bedrijven met veel gram-negatieve kiemen dan op bedrijven waar de gevallen van mastitis vooral door gram-positieve kiemen veroorzaakt worden aangezien enkel deze laatste met antibiotica behandeld werden.

Conclusie

Selectieve behandeling van niet-ernstige klinische mastitis werd reeds op grote schaal onderzocht in verschillende buitenlandse wetenschappelijke veldstudies. Ze toonden aan dat deze manier van behandelen kan ingezet worden zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid van de koe en de prestaties tijdens de verdere lactatie. 
Vandaag worden de effecten van selectief behandelen aan de hand van sneltesten voor kiemdetectie in de melk in Vlaanderen onderzocht met als doel de implementatie van deze nieuwe behandelmethode in de Vlaamse melkveesector zodoende tot een verdere daling in het antibioticumgebruik te komen.


PRAKTIJK: Sneltesten helpen bij gericht behandelen van mastitis


Partners VLAIO OPC

Partners

 

VLAIO