RUNDVEELOKET

Vraag

Ik overweeg om luzerne te zaaien als invulling van het ecologisch aandachtsgebied (EAG) en om meer eiwit zelf te telen. Moet ik het luzernezaad ook enten als ik het zaai na erwten of andere vlinderbloemigen? Zijn er andere belangrijke aandachtspunten voor deze teelt?

Antwoord

Luzerne wint inderdaad aan populariteit door het huidig landbouwbeleid. Daarnaast maakt de diepe beworteling van luzerne dit gewas ook droogtetolerant, terwijl de smakelijkheid en pensprikkelende werking het rantsoen verbeteren. De relatief slechte bodembedekking na maaien kan opgevangen worden door luzerne te mengen met Engels raaigras of witte klaver. Dit tweede gewas compenseert ook de slechtere groei van luzerne onder natte omstandigheden en op de kopakker, rijsporen of door zware machines verdichte bodem.

Enten

Het enten van luzerne is heel belangrijk. De bacteriën waarmee geënt wordt, Rhizobium Meliloti, halen stikstof uit de lucht en stellen deze beschikbaar voor de plant. Deze relatie is soortspecifiek, dus elke vlinderbloemige heeft zijn eigen type bacterie. In percelen waar lange tijd geen luzerne heeft gestaan, zijn deze bacteriën specifiek voor luzerne nauwelijks nog aanwezig. Niet enten leidt dan tot een opbrengstdaling van meer dan 50 % in het eerste jaar. Ook in de volgende jaren kan de opbrengst nog een stuk lager zijn. Enten bij inzaai is dus absoluut aan te bevelen!

Luzernezaad kan geënt of met de entstof apart geleverd worden. In het laatste geval dient u het luzernezaad dus zelf te enten voor het inzaaien. Doe dit steeds kort (maximum enkele uren) voor het inzaaien en bewaar het geënte zaad fris en afgeschermd van de zon. Goed enten begint met het licht bevochtigen van het luzernezaad. Daarna de entstof met bacteriecultuur toevoegen en goed mengen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren in een betonmolen. Tot slot kalk toevoegen om het zaad terug droog te maken.

Luzerne: geënt en niet-geënt

Figuur 1. Visueel verschil tussen niet-geënte (links) en geënte luzerne (rechts)

Teelttips

Luzerne is niet geschikt voor natte percelen. Verder vraagt luzerne een voldoende diep bodemprofiel (geen harde of verdichte lagen), hoge pH (>6) en een goede kalium- en magnesiumvoorziening. In tegenstelling tot gras verdraagt luzerne een intensieve uitbating slecht. Door niet te diep (5 – 7 cm) en niet te frequent (4 sneden per jaar) te maaien blijft de plant persistent en blijft de teelt langer productief. De eerste en tweede snede worden best gemaaid in het bloemknopstadium, als compromis tussen voederwaarde en drogestofopbrengst. De derde en vierde snede worden best iets later gemaaid, in het bloemstadium. Zo krijgt de plant de kans om reserves op te slaan in de wortels en beter te overwinteren.

Voor agrobeheersovereenkomsten wordt soms een uitgestelde maaidatum gevraagd. Hierdoor komt men in de praktijk uit op slechts 3 sneden/jaar. Legering van de eerste snede leidt dan vaak tot zo’n 15 % lagere opbrengst. Ook de voederwaarde van het vers gewas ligt bij 3 sneden lager.

Eigen eiwitproductie

Vlinderbloemigen vormen een goede aanvulling in het teeltplan van rundveehouders. De potentiële eiwitproductie van vlinderbloemigen is echter niet groter dan grasland. Het voordeel van de vlinderbloemigen zit vooral in mogelijkheid om met een lagere N-bemesting toch een gelijkwaardige eiwitproductie te realiseren. Zo levert een hectare grasklaver met een bemesting van 200 kg werkzame N makkelijk evenveel eiwit als een hectare grasland met bemesting van 400 – 450 kg N. Op deze manier kan N op grasklaver uitgespaard worden, die dan op goed grasland ingezet kan worden en extra eiwit kan opleveren.

Meer info: Teeltfiche luzerne
 

Versie:
1
Onderwerp:
Enten van luzernezaad
Datum:
05-07-2019