Biest met een hoge concentratie immunoglobulinen (Brix-waarde boven 30%) zou klonteren bij het pasteuriseren. Klopt dit? En hoe kan je dit best vermijden?
Sommige rundveehouders geven hun kalveren liever geen biest van eigen runderen door problemen met Mycoplasma of andere bacteriële besmetting. In zo’n geval kan het pasteuriseren van eigen biest een optie zijn. Pasteuriseren zorgt immers voor een daling van het totale kiemgetal in de biest, waardoor kalveren via die weg minder kans hebben om ziek te worden. Controleer zeker je biest om deze risico’s in te schatten en te vermijden dat je je biest onnodig pasteuriseert.

Biest pasteuriseren: risico’s
Bij pasteuriseren wordt de biest gedurende 60 minuten verwarmd aan 60°C. Dit proces zorgt voor afdoding of sterke reductie van o.a Escherechia Coli, Mycoplasma Bovis en Salmonella Enteretidis. Pasteuriseren, indien correct uitgevoerd, heeft geen invloed op de concentratie antistoffen (IgG gehalte) in biest. Ook de opname van antistoffen door het kalf na het verstrekken van de biest (overdracht passieve immuniteit) wordt er niet door beïnvloed.
Bij het pasteuriseren van biest met een hoge concentratie antistoffen (hoge Brix-waarde) kunnen problemen optreden, vooral als de juiste temperatuur of tijd niet gerespecteerd worden. Bij pasteuriseren van dergelijke biest zijn volgende risico’s aanwezig:
- Verdikking of stollen van de biest: Hoogwaardige biest bevat veel eiwit en vet. Tijdens verhitting kan de biest hierdoor stroperig worden, vlokken vormen of zelfs gedeeltelijk coaguleren. Dat veroorzaakt problemen in de pasteurisator of bij het verstrekken van de biest aan kalveren (speenemmers, automatische drinksystemen).
- Ongelijke warmteverdeling: Dikke biest warmt minder homogeen op. Dit verhoogt het risico op lokale oververhitting, extra eiwitschade of onvoldoende kiemreductie in koudere zones.
- Denaturatie van eiwitten/antistoffen: Hoe hoger de concentratie eiwitten/antistoffen, hoe gevoeliger de biest wordt voor hitteschade. Bij te hoge temperatuur verliezen immunoglobulinen hun werking, waardoor de kalveren minder passieve immuniteit opnemen.
In de praktijk loopt het meestal verkeerd omdat de temperatuur in de pasteurisator lokaal te hoog oploopt, de opwarming te snel gebeurt of de biest onvoldoende homogeen geroerd wordt. Daarnaast zorgt een verhoogd kiemgetal van de biest zelf ook voor risico’s bij het pasteuriseren. Hygiënisch melken en verwerken van biest is hierbij dus net zo belangrijk!
Hoe pasteuriseer je biest van hoge kwaliteit?
Biest van hoge kwaliteit is dus extra gevoelig voor fouten tijdens het pasteuriseren. Aandacht voor het vermijden van deze fouten is dus cruciaal:
- Zorg voor het hygiënisch melken en verwerken van de biest
- Verzeker een correct pasteurisatie-proces:
- Correcte temperatuur (max. 60°C!) en duurtijd
- Geleidelijke, egale opwarming
- Snelle afkoeling achteraf
- Goed, continu roeren tijdens het opwarmen is zeker bij dikke biest extra belangrijk!
- Langer pasteuriseren (75 minuten) aan lagere temperatuur (57 – 58°C) kan om de eiwitdenaturatie te beperken, maar het bacteriedodend effect is dan wel kleiner
- Gebruik liever een biestpasteurisator dan een gewone melkpasteurisator
Wat doe je beter niet?
Vermijd pasteuriseren van te grote hoeveelheden. Als het volume te groot wordt neemt de benodigde tijd om te verwarmen en af te koelen toe, waardoor de antistoffen langer aan verhoogde temperatuur worden blootgesteld en de biestkwaliteit kan verminderen. Bij grote volumes kan ook de verdeling van de temperatuur ongelijk verlopen waardoor delen te warm worden. Zo verlaagt verwarmen boven 61°C het IgG gehalte gevoelig, terwijl het de viscositeit van de biest verhoogt.
Meng geen oude, ingevroren biest bij de biest van hoge kwaliteit. Je creëert hierdoor extra manipulaties (werk en tijd) en moet biest ontdooien en opnieuw invriezen. Bovendien verlaag je biest van uitstekende kwaliteit tot biest van lagere en bacteriologisch variabele kwaliteit. Ook aanlengen met water doe je beter niet. Je verdunt hiermee immers niet alleen het IgG gehalte, maar je verandert ook de osmolaliteit en voedingswaarde. Bovendien verlies je hiermee net het voordeel van topkwaliteit biest.
Antwoord opgesteld met de gewaardeerde input van Jean-François Lericq (STARMILK)
Gerelateerd
- Vraag/Antwoord: Biestproductie: kwantiteit en kwaliteit beïnvloeden
- Vraag/Antwoord: Biest sonderen bij kalveren
- Vraag/Antwoord: Volume biest bij vleesvee
- Vraag/Antwoord: Biest en biestvervangers
Bronnen
1 Bovine Colostrum Management and the Factors Influencing its Quality. Adina-Mirela Ariton, Andra-Sabina Neculai-Văleanu, Ciprian Radu, Ioana Porosnicu, Elena Ungureanu. Animal Science and Biotechnologies, 2023, 56 (2)
2 Chemical and Physical Properties of Bovine Colostrum and the Effect of some Pasteurization Treatments on Them. Ahmed Salam Ibrahim and Shaimaa A.M.Ali. 2023 IOP Conf. Ser.: Earth Environ. Sci. 1262 062024
3 Effect of On-Farm Commercial Batch Pasteurization of Colostrum on Colostrum and Serum Immunoglobulin Concentrations in Dairy Calves. S. M. Godden, S. Smith, J. M. Feirtag, L. R. Green, S. J. Wells, and J. P. Fetrow. J. Dairy Sci. 86:1503–1512
4 Procedures to optimize pasteurisation and storage of colostrum. Lindsay Matthews & Associates Research International. February 2022.
5 Quantitative Analysis of Colostrum Bacteriology on British Dairy Farms. Robert M. Hyde, Martin J. Green, Chris Hudson and Peter M. Down. Front. Vet. Sci. 7:601227.
6 Quantitative assessment of German Holstein dairy cattle colostrum and impact of thermal treatment on quality of colostrum viscosity and immunoglobulins. Abdulwahed Ahmed Hassan, Sebastian Ganz, Florian Schneider, Axel Wehrend, Izhar U. H. Khan, Klaus Failing, Michael Bülte and Amir Abdulmawjood. Hassan et al. BMC Res Notes (2020) 13:191.