Bij aankoop van een nieuwe refractometer om biestkwaliteit te meten bleek de meegeleverde omrekentabel te verschillen van de oude. Hoe kan dit en hoe bepaal ik best hoeveel biest ik aan een kalf moet geven?
Omrekenen van % brix naar aantal antistoffen
Om een kalf van voldoende antistoffen te voorzien via de biest wordt momenteel geadviseerd om 200 gram antistoffen (IgG) te verstrekken binnen de eerste 6 uur na geboorte en in totaal minimum 300 gram antistoffen in de eerste 24 uur na geboorte. De exacte concentratie antistoffen in de biest kan je echter alleen via testen in een labo achterhalen. Om in de praktijk toch een goede inschatting te kunnen maken van de biestkwaliteit wordt gebruik gemaakt van digitale of analoge/optische refractometers. Met deze refractometers wordt de brekingsindex van een vloeistof bepaald. In biest is deze een maat voor het drogestof gehalte dat op zijn beurt sterk gecorreleerd is aan de concentratie antistoffen.
Bij het aanschaffen van een refractometer steekt er naast de handleiding ook vaak een omrekeningstabel in de verpakking. Hierop staat weergegeven welke concentratie antistoffen in de biest overeenkomt met een welbepaald brix-gehalte.
Deze omrekentabellen zijn meestal experimenteel opgesteld op basis van data bij biest van Holstein koeien. Verschillende studies komen echter tot verschillende omrekeningsfactoren, waardoor de variatie in de tabellen ontstaat. Bij brix-waarden onder 20% en boven 25% wordt de variatie en hiermee de fout op de omrekening groter. Biest met 25% brix bijvoorbeeld, bevat volgens de omrekentabel een exacte, gemiddelde concentratie antistoffen. In realiteit kan de effectieve concentratie antistoffen in de biest, toch lager of hoger zijn. Rekenen met de exacte waarden uit de tabel houdt dus risico’s in. De concentratie antistoffen kan immers afwijken van dit cijfer waardoor je mogelijks toch onvoldoende antistoffen aan het kalf verstrekt. Gemeten brix-waarden omrekenen tot exact 300 gram antistoffen raden we dus eerder af. Veiliger is het te rekenen met volgende minimumgrenzen om een veilige inschatting te maken van de minimale hoeveelheid antistoffen die een kalf krijgt via de biest:
19.0 % brix = minimum 25 g/L
22.0 % brix = minimum 50 g/L
25.0 % brix = minimum 75 g/L
30.0 % brix = minimum 100 g/L
Geef je bijvoorbeeld in een eerste beurt 2 liter biest met 32 % brix, dan ben je zeker dat je al 200 gram antistoffen hebt voorzien aan je kalf. De werkelijke hoeveelheid kan hoger liggen, wat geen probleem is. Hoe meer antistoffen je immers voorziet, hoe meer je kalf er potentieel kan opnemen in het bloed. De aanbevolen waarde van 300 g binnen de eerste 24 uur is dan ook een minimum aanbeveling. Onder deze grens, stijgt de kans dat je kalf onvoldoende passieve immuniteit opbouwt tegen ziekteverwekkers.
Fouten in de praktijk
Heel wat veehouders rekenen uit hoeveel biest ze moeten geven om exact 300 gram antistoffen te geven binnen de eerste 24 uur na geboorte. Ze gebruiken hiervoor de waarden uit de omrekentabel die bij hun refractometer zit. Theoretisch zijn deze berekeningen correct, maar in de praktijk kan een kalf toch onvoldoende antistoffen toegediend krijgen. De fout op de omrekening zorgt er in dergelijk geval voor dat er minder antistoffen verstrekt worden dan volgens de berekening bepaald werd. Hierdoor heeft het kalf ook te weinig antistoffen in het bloed en kan het ziek worden.
Daarnaast is ook het tijdstip van toediening een factor die onderschat wordt. In de eerste 24 uur na geboorte daalt de opneembaarheid van antistoffen in de darm. Als er dus pas na 12 uur een eerste keer biest gegeven wordt, is de darm al een stuk gesloten en zullen niet alle antistoffen opgenomen worden. Ook op deze manier kan de overdracht van passieve immuniteit lager liggen dan wat op basis van de berekeningen van de veehouder verwacht werd.
Tot slot moet een refractometer ook bij ieder gebruik gekalibreerd worden. Als dit vergeten wordt, kan er een meetfout optreden, die uiteraard ook aanleiding kan geven tot een verkeerde inschatting van de biestkwaliteit. En dit boven op de fout die bij het omrekenen kan ontstaan!
Biestmanagement in de praktijk (BiestBoost 2.0, 2026)
Dier- en bedrijfsspecifieke knelpunten in het biestmanagement op 25 Vlaamse melk- en vleesvee-bedrijven in beeld.
Gerelateerd
- Vraag/Antwoord: Biestproductie
- Vraag/Antwoord: Biest sonderen
- Vraag/Antwoord: Volume biest bij vleesvee
- Vraag/Antwoord: Biest en biestvervangers
- Vraag/Antwoord: Biest pasteuriseren