RUNDVEELOKET

Geldig voor het jaar 2022

Convenant Enterische Emissies Rundvee

Maatregel 6: Optimale jongvee-opfok


Maatregel 6: Optimale jongvee-opfok (pdf)

Optimale jongvee-opfok

Dankzij een optimale jongvee-opfok kan de melkveehouder een lagere afkalfleeftijd nastreven waardoor het aandeel jongvee op een melkveebedrijf beperkt wordt. Door het streven naar een jongere maar verantwoorde afkalfleeftijd, zal het jongvee minder lang niet-productief zijn. Dit resulteert in een lager aandeel jongvee waardoor de emissies van het bedrijf gaan dalen.

Diercategorie: Melkvee (jongvee) 
Reductiepercentage: Effect op dieraantallen en diercategorieën
Verplichte randvoorwaarden: Niet van toepassing
Streefcijfer: Afkalfleeftijd van 24 maanden
Economische voordelen: Kortere opfokperiode en daardoor mogelijk een lagere opfokkost
Neveneffecten: Lagere milieu- en klimaatimpact voor diercategorie jongvee

 
Reductiepercentage

Deze maatregel heeft geen eigen reductiepercentage. Doordat deze maatregel leidt tot minder jongvee, zal de reductie in methaanemissies onrechtstreeks bekomen worden door het effect op de dieraantallen. Bij een gemiddelde afkalfleeftijd van 26 maanden, zal één stuks jongvee in totaal 88 kg CH4 per jaar produceren. Per dier dat minder gehouden wordt, zal dus gereduceerd worden met 88 kg CH4

Randvoorwaarden

Een jongere afkalfleeftijd moet bereikt worden door middel van een optimalisatie van het management. Aangezien de afkalfleeftijd bepaald wordt door de leeftijd bij inseminatie is het belangrijk dat het dier op dat moment zijn streefgewicht bereikt heeft.

De reductie van deze maatregel schuilt in de aanwezigheid van minder jongvee. Wanneer de vrijgekomen plaatsen opgevuld worden door nieuwe dieren, zal er op bedrijfsniveau geen absolute reductie van enterische emissies plaats vinden.

Mogelijke neveneffecten

Door een lager aantal jongvee zal de milieu- en klimaatimpact van deze categorie dalen (mestproductie en emissies verbonden aan het jongvee). 

Dieren die onvoldoende uitgegroeid zijn bij de eerste afkalving kunnen negatieve gevolgen ondervinden op hun verdere levensproductie. Anderzijds kan door een optimalisatie van de jongvee-opfok een positief effect verwacht worden op het aantal lactaties, productieve dagen, productie in eerste lactatie en levensproductie. 

Een optimale jongvee-opfok kan leiden tot een stijging in het gebruik van melkpoeder en krachtvoeder met zijn eigen impact op de koolstofvoetafdruk. Door te streven naar het gebruik van hoogwaardige ruwvoeders en het gebruik van bijproducten kan dit neveneffect vermeden worden. 

Praktische toepasbaarheid

Goede bedrijfsbegeleiding kan helpen om optimale jongvee-opfok te bekomen door middel van aanpassingen in het bedrijfsmanagement. 

Wil je zelf aan de slag om de jongvee-opfok op je bedrijf te verbeteren? Meer info vind je via:

Bedrijfseconomische effecten

Dankzij de optimalisatie van de jongvee-opfok, zal het jongvee sneller productief zijn en zal een lager aantal dieren op het bedrijf aanwezig zijn. Deze maatregel zorgt voor een verdere optimalisatie en verbeterde efficiëntie van het bedrijf, wat kan bijdragen tot een daling in de kosten. Bedrijfsafhankelijk kan deze maatregel eventueel leiden tot een hoger gebruik van melkpoeder en/of krachtvoeder, wat de kostprijs kan verhogen.

Monitoring en opvolging van de maatregel

De monitoring en opvolging van deze maatregel gebeuren via de duurzaamheidsmonitor van MilkBE

Maatregel 6: Optimale jongvee-opfok (pdf)