RUNDVEELOKET

Geldig voor het jaar 2022

Convenant Enterische Emissies Rundvee

Maatregel 8: Nitraat


Maatregel 8: Nitraat (pdf)

Nitraat als elektronenreceptor voor melkvee

De verstrekking van nitraat via het krachtvoeder reduceert de methaanvorming bij melkvee. Het methaan reducerend effect is direct gecorreleerd aan de nitraatdosering.

Diercategorie: Lacterend melkvee
Reductiepercentage: - 10%
Verplichte randvoorwaarden: Toevoeging van 1% nitraat op het totale rantsoen uitgedrukt in droge stof. Het totale eiwitgehalte van het rantsoen mag niet verhogen door toevoeging van de nitraatbron om verhoogde N-emissies te vermijden. M.a.w. een deel van het voedereiwit in het rantsoen wordt vervangen door de nitraatbron.
Economische voordelen: Hogere kostprijs van het krachtvoeder, eventueel gecompenseerd door vervanging van andere duurdere voedereiwitten.
Neveneffecten: Er wordt aangeraden om de dosis te beperken tot 1 % op droge stof basis van het totale rantsoen. Bij hogere percentages dan 1% moet de dosis geleidelijk aan opgebouwd worden om nitrietvorming te vermijden.

 

Reductiepercentage

Bij toepassing van deze maatregel (1% nitraat op droge stof basis van het totale rantsoen) wordt een methaanreductie van 10 % op jaarbasis voor het aantal melkkoeien met dit rantsoen op het bedrijf in rekening gebracht .

Randvoorwaarden

Nitraat wordt op de juiste manier verrekend in de rantsoenberekening waarbij een deel van het rantsoeneiwit wordt vervangen door het nitraat. Het totale eiwitgehalte van het rantsoen mag niet verhogen door toevoeging van de nitraatbron om verhoogde N-emissies te vermijden. M.a.w. een deel van het voedereiwit in het rantsoen wordt vervangen door de nitraatbron.

Mogelijke neveneffecten

Er wordt aangeraden om de dosis van 1 % op droge stof basis van het totale rantsoen te hanteren om nitrietvorming te vermijden. Om deze reden wordt nitraat via de veevoederleverancier voorzien. Wanneer het product bovenop een bestaand (eiwitrijk) rantsoen gevoerd wordt, is er kans op afwenteling op andere emissies (nl. via mest) door verhoging van het eiwitgehalte van het rantsoen.

Praktische toepasbaarheid

Verstrekking gebeurt via het krachtvoeder. Het krachtvoeder wordt toegediend aan de diercategorie waarvoor deze maatregel bestemd is, namelijk melkkoeien. Het reductiepercentage wordt enkel toegekend aan de dieren die het rantsoen krijgen dat voldoet aan de randvoorwaarden.

Wil je zelf aan de slag met deze maatregel of gebruik je al nitraat in het voederrantsoen en wil je weten hoe het binnen jouw rantsoen past, contacteer dan je voederadviseur of raadpleeg het rantsoenberekeningsprogramma op de website van het Rundveeloket.

Bedrijfseconomische effecten

Dit krachtvoeder is wellicht duurder maar kan anderzijds een deel van de eiwitbronnen binnen het rantsoen vervangen.

Monitoring en opvolging van de maatregel

De administratieve monitoring en opvolging van deze maatregel met het oog op de berekening van de impact in de broeikasgasinventaris gebeuren via de duurzaamheidsmonitor van MilkBE. Aan de hand van facturatiegegevens van het voeder en rantsoenberekeningen wordt de maatregel gemonitord. Aanvullend kunnen bijkomende steekproeven uitgevoerd worden naar de samenstelling van het voederrantsoen door een geaccrediteerde instelling.

Maatregel 7: Nitraat (pdf)