RUNDVEELOKET

Geldig voor het jaar 2022

Convenant Enterische Emissies Rundvee

Maatregel 7: Koolzaadvet


Maatregel 7: Koolzaadvet (pdf)

Koolzaadvet voor lacterend melkvee

De verstrekking van koolzaadvet via het voeder reduceert de methaanvorming bij lacterend melkvee. Het koolzaadvet wordt toegediend onder vorm van koolzaadschroot, koolzaadkoek, geplette zaden, geëxtrudeerd zaad, … maar niet onder de vorm van vloeibare koolzaadolie.

Diercategorie: Lacterend melkvee
Reductiepercentage: - 5%
Verplichte randvoorwaarden: Koolzaadvet: toevoeging van 350 g koolzaadvet per dag per lacterende koe uit koolzaadschroot, koolzaadkoek, geplette zaden of geëxtrudeerd zaad.
Economische voordelen: Hogere kostprijs rantsoen, deels gecompenseerd door vervanging van andere grondstoffen.
Neveneffecten: Enkel toe te passen eerste 200 dagen van lactatie of hoeveelheid te verminderen verderop in de lactatie om de hoeveelheid energie en het risico op vervetting te beperken.

 

Reductiepercentage

Bij toepassing van deze maatregel wordt een methaanreductie van 5 % in rekening gebracht op jaarbasis voor het aantal lacterende melkkoeien op het bedrijf die het rantsoen toegediend krijgen.

Randvoorwaarden

Aan het rantsoen (op droge stof basis) wordt koolzaadvet toegevoegd onder de vorm van koolzaadschroot, koolzaadkoek, geplette zaden, geëxtrudeerd zaad, … met aanlevering van 350 g vet per dag per lacterende koe op droge stof basis.

Mogelijke neveneffecten

Door de hogere energie-inhoud heeft het naar verwachting ook een positieve impact op de melkproductie maar ook een mogelijke verlaging van het vetgehalte in de melk.

Aangezien vet een energiebron is, wordt het aangeraden deze maatregel enkel toe te passen aan het begin van de lactatie, de eerste 200 dagen en daarna af te bouwen. Dit omwille van de hoge energie-inhoud van het product en de daaraan verbonden risico’s voor vervetting (bv. vruchtbaarheid).

Er moet voldoende aandacht besteed worden aan het maximaal vetgehalte, en zeker bij de opname van vers gras, rekening houdende met de hoeveelheid vetzuren in vers gras.

Praktische toepasbaarheid

Verstrekking kan via het voeder. Het voeder wordt toegediend aan de diercategorie waarvoor deze maatregel bestemd is, namelijk lacterende melkkoeien. Het reductiepercentage wordt enkel toegekend aan de dieren die het rantsoen krijgen dat voldoet aan de randvoorwaarden.

Wil je zelf aan de slag met deze maatregel of gebruik je al koolzaadvet in het voederrantsoen en wil je weten hoe het binnen jouw rantsoen past, contacteer dan je voederadviseur of raadpleeg het rantsoenberekeningsprogramma op de website van het Rundveeloket.

Bedrijfseconomische effecten

Enerzijds is dit rantsoen duurder, anderzijds vervangt het andere grondstoffen en heeft dit voeder mogelijks een melkproductie verhogend effect. Hierdoor zal de hogere kostprijs deels worden gecompenseerd.

Monitoring en opvolging van de maatregel

De administratieve monitoring en opvolging van deze maatregel met het oog op de berekening van de impact in de broeikasgasinventaris gebeuren via de duurzaamheidsmonitor van MilkBE. Aan de hand van facturatiegegevens van het voeder en rantsoenberekeningen zal deze maatregel gemonitord worden. Aanvullend kunnen bijkomende steekproeven uitgevoerd worden naar de samenstelling van het voederrantsoen door een geaccrediteerde instelling.


Maatregel 7: Koolzaadvet (pdf)