RUNDVEELOKET

Vraag

In Nederland worden maïskuil, voordroogkuil en bijproducten soms gemengd en opnieuw ingekuild. Wat is de invloed hiervan op de voederwaarde en zijn er dingen waarop je zeker moet letten?

Antwoord

Waarom gemengd inkuilen

Natte bijproducten kunnen gecombineerd worden met droge ruwvoeders om sapverliezen te vermijden. Bij een drogestof gehalte onder 27 % is dit immers een reëel risico. Ook kunnen (te) droge ruwvoeders met natte bijproducten gemengd worden ingekuild om het inkuilproces en de bewaring te bevorderen. Een te natte najaars-graskuil met veel eiwit en weinig suikers kan bijvoorbeeld ook gecombineerd worden met een droger voer met veel suiker of zetmeel om zo toch een goede fermentatie te krijgen na inkuilen. Daarnaast worden ook voederbieten om praktische redenen soms ingekuild met andere drogere ruwvoeders of bijproducten om sap- en bewaarverliezen te beperken een vlot te voederen product te verkrijgen. Hierbij kunnen we een onderscheid maken tussen volgende werkbare combinaties:

 

Silo 1

Figuur 1. Mengkuilen maken efficiënt werk mogelijk

  • Maïskuil mengen met voederbiet:  DS% nastreven hoger dan 28% bij een conventionele biet spreken we dan van een mengsel van 1 ha bieten en minstens 4,5 ha maïs (gerekend aan  120 ton  bieten/ha  (15% DS) en maïs (35% DS, 50 ton vers/ha)). Dit is een positief geëvalueerde methode met tal van voordelen: langere bewaarduur bieten, mogelijkheid om gans het jaar te voederen, goede bewaring en positieve productieresultaten. Nadeel is wel dat je dan vaak te vroeg de bieten moet gaan rooien wat je opbrengst kost.8
  • Voederbieten mengen met perspulp, droge pulp: Tal van combinaties van mengsels van bieten en ruwvoeders en droge producten werden uitgetest binnen het project FEEDBEET (onderzoek HOGENT en ILVO Dier, 2015-2017). In eerste instantie zijn de volgende combinaties met gangbare kuilvoeders interessant  :voederbiet gemengd met perspulp aan een verhouding van 40-50% voederbiet (afhankelijk van drogestofgehalte) en 60 tot 50% perspulp op vers gewicht; voederbiet gemengd met voordroogkuil aan een verhouding van  ca. 30 - 40% voederbiet en 70 tot 60% voordoogkuil en uiteraard het mengsel met maïs (zie hoger). Pas in tweede instanties kunnen ook mengsels met droge mengpartners overwogen worden en dit met droge bietenpulp, droge cichoreipulp (meestal wel te duur) en palmpitschilfers. In dat geval kan gewerkt worden met een verhouding van  respectievelijk  70% -80 % voederbiet op 30-20% droge mengpartner op vers gewicht. Deze weergegeven verhoudingen moeten als volgt geïnterpreteerd worden. Het hoger aandeel bieten is enkel te overwegen bij  suikerbiettypes met een drogestofgehalte hoger dan 20%. Al deze combinaties (met uitzondering van palmpitschilfers) zijn al in de praktijk met succes toegepast.7

Tot slot worden soms ook reeds ingekuilde ruwvoeders gemengd met andere ruwvoeders of bijproducten en opnieuw ingekuild om zo tot een kuilvoeder met een meer evenwichtig samenstelling te komen.

In de eerste situaties hierboven wordt de mengkuil aangelegd om een tekortkoming van het voeder te compenseren en bewaarproblemen te reduceren. In de laatste situatie wordt er naar gestreefd een mengeling te creëren die voldoet aan de behoefte van het rundvee, zonder (veel) bijkomende aanpassingen. De rest van deze tekst handelt uitsluitend over deze mengkuilen.

Arbeidsgemak en -efficiëntie is bij de keuze voor deze mengkuilen een belangrijke drijfveer. Eén of enkele dagen hard werk bij het mengen en opnieuw inkuilen zorgt er immers voor dat het voeren nadien elke keer heel vlot verloopt. Er kan bovendien met eenvoudig materieel een gemengd rantsoen gevoerd worden. Afhankelijk van de bedrijfssituatie kan dit een financieel voordeel opleveren. De kost voor gemengd inkuilen komt gemiddeld neer op 0,5 à 1,0 € per 100 liter melk. Daar tegenover staat de (potentieel) lagere kost voor het voeren zelf (mengvoerwagen, verreiker, tractor, brandstof, onderhoud, …) en ook minder broei kan als winst beschouwd worden.
Mengen van ruwvoeders met (natte) bijproducten geeft ook de mogelijkheid om kuilkwaliteit en bewaring zo goed mogelijk bij te sturen. De mengkuil kan immers goed vastgereden worden en de samenstelling afgestemd op een goede melkzuurfermentatie en uniforme verdeling van vocht en geuren (vermijden van selectie). Als alles goed verloopt kan zo de opname gestimuleerd worden met een constant en smakelijk rantsoen. De verhoogde opname kan vervolgens tot betere productieresultaten leiden.3 De grotere uitkuilsnelheid is een extra aspect dat tot betere voerkwaliteit in de krib kan leiden. Als er echter iets mis loopt met de bewaring van mengkuilen worden de voordelen uiteraard snel nadelen.

Nadelen en risico’s van mengkuilen

De samenstelling van een mengkuil gebeurt op basis van een berekening in functie van de gewenste voederwaarde. De resultaten van een mengkuil vallen echter vaak tegen ten opzichte van deze berekening. Bij het opnieuw inkuilen van verschillende voeders* gaat een deel van de voederwaarde immers verloren. Organische stof en vooral suikers worden afgebroken tot melkzuur en azijnzuur, maar bij minder goede omstandigheden ook in water en CO2, hetgeen dus verlies aan droge stof betekent. Ook kan hierdoor het DS-gehalte dalen. Je start dus best met een iets drogere mengeling en dit zeker in het geval van omkuilen (DS > 40 - 45 %). Bij een drogere mengeling worden ook minder suikers omgezet om tot een stabiele kuil te komen. Bij het opnieuw inkuilen gaat ook heel wat eiwit verloren vooraleer de kuil stabiel is. Het verlies aan ruw eiwit kan oplopen tot 20 %. Zetmeel wordt door het opnieuw inkuilen weinig beïnvloed. Doordat het DS-gehalte van de mengkuil zakt, zal het aandeel zetmeel per kg DS dus stijgen. Bij het opnieuw inkuilen kunnen broei- of schimmelplekken uit een ruwvoerkuil verspreid worden over de hele mengkuil. Deze moeten dus zeker verwijderd worden. Als de samenstelling correct gebeurt, de mengkuil wordt goed aangereden en alle elementen aanwezig zijn voor een goede fermentatie, zijn kuiladditieven in principe overbodig.1, 2

Aandachtspunten voor gemengd inkuilen

  • Correct combineren van voeders om tot een gewenst (evenwichtig) rantsoen te komen
  • Het maken van een mengkuil met voederbiet vraagt een grondige voorbereiding en arbeidsorganisatie :  bieten moeten in de buurt van de sleufsilo gestockeerd worden en best afdekken met toptex om ze eerst te laten opdrogen, reinigen van de bieten na opdrogen,  bieten snijden en in de kuil brengen met aangepaste machines (zie brochure – bronnen)
  • Hou bij de samenstelling al rekening met de verwachte inkuilverliezen.  Bij de geschetste mengkuilen met voederbiet is een beperkte hoeveelheid sapverlies niet uit te sluiten
  • Streef naar een mengeling met drogestof-gehalte van > 40 - 45 %.  In het geval van een mengkuil met voederbieten is een drogestofgehalte van 35% ook werkbaar
  • Zorg voor een mengeling met voldoende suikers voor een goed fermentatieproces
  • Verwijder broei- en schimmelplekken uit de ruwvoerkuilen
  • Nieuwe mengkuil heel goed aandrukken voor optimaal fermentatieproces
  • Sluit de mengkuil zo snel mogelijk luchtdicht af (< 1 dag)
  • Laat de mengkuil dicht tot deze stabiel is (minstens 10 dagen)

* Opnieuw inkuilen van ruwvoeders die al ingekuild waren zonder te mengen met andere voeders kan zonder (veel) verlies aan voederwaarde. Kuiladditieven zijn hierbij in principe ook niet nodig. Enkel het sapverlies kan, bij nattere voeders zoals snijmaïs of sorghum, door het opnieuw inkuilen groter zijn. Aangekochte gras- of maïskuil kan dus zonder veel verlies getransporteerd en terug ingekuild worden.4, 5, 6

Gerelateerd

Nog vragen?

Bronnen:

1 Zicht op mengkuilen, Veeteelt, maart 2007

2 Agrarisch handelsbedrijf b.v. Wielink, http://www.mengkuil.nl/index.php

3 The effects of re-ensiling wet distiller’s grains plus solubles with corn silage on the performance of yearling beef heifers. R. P. Arias, L. J. Snyder, R. P. Lemenager en S. L. Lake. Proceedings, Western Section, American Society of Animal Science, Vol. 60, 2009

4 Effect of re-ensiling on the quality of sorghum silage. G. V. S. dos Anjos, L. C. Gonçalves, J. A. S. Rodrigues, K. M. Keller, M. M. Coelho, P. H. F. Michel, D. Ottoni en D. G. Jayme. Journal of Dairy Science Vol. 101 No. 7, 2018

5 Re-ensiling and inoculant application with Lactobacillus plantarum and Propionibacterium acidipropionici on sorghum silages. P. H. F. Michel, L. C. Goncalves, J. A. S. Rodrigues, K. M. Keller, V. S. Raposo, E. M. Lima, F. P. C. Santos en D. G. Jayme. John Wiley & Sons Ltd. Grass and Forage Science, 72, 432–440. 2016

6 Re-ensiling and its effects on chemical composition, in vitro digestibility, and quality of corn silage after different lengths of exposure to air. Eduardo Moura de Lima, Lúcio Carlos Gonçalves, Kelly Moura Keller, José Avelino dos Santos, Rodrigues, Fabiana Paiva Coelho Santos, Pedro Henrique, Fulgêncio Michel, Vinícius Silveira, Raposo en Diogo Gonzaga Jayme. Can. J. Anim. Sci. 97: 250–257 (2017)

7 Voederbieten: teelt, mechanisatie en mengkuilen: een update. Latré J., Dupon E., De Boever J., G. Haesaert, E. Wambacq, A. De Vliegher, J. Pannecoucque, A. Schellekens, G. Van de Ven. Brochure PWO project met steun onderzoeksfonds HOGENT. 2017

8 Mengkuil van mais en voederbieten voor melkvee. De Brabander D.L., Vanacker J.M., Andries J.I., De Boever J.L., Buysse F.X.  Landbouwtijdschrift 42, 1391-1405. 1989


Dit antwoord werd door het Rundveeloket met de meeste zorg en nauwkeurigheid opgesteld. Er wordt evenwel geen enkele garantie gegeven omtrent de juistheid of de volledigheid van het antwoord op uw vraag. De gebruiker van dit antwoord ziet af van elke klacht tegen het Rundveeloket, van welke aard ook, met betrekking tot het gebruik van het gegeven antwoord. In geen geval zal het Rundveeloket aansprakelijk gesteld kunnen worden voor eventuele nadelige gevolgen die voortvloeien uit het gebruik van dit antwoord.

Versie:
1
Onderwerp:
Gemengd inkuilen
Datum:
21-01-2020