RUNDVEELOKET

Convenant Enterische Emissies Rundvee

Het Convenant in Vraag & Antwoord


Het Convenant in Vraag & Antwoord (pdf)

Vragen en Antwoorden

Klik op de vraag om het antwoord te lezen

Broeikasgassen zijn gassen die van nature in de atmosfeer aanwezig zijn. Ze laten zonnestralen door en absorberen gedeeltelijk de warmte die de aarde uitstraalt. Dit natuurlijke broeikaseffect regelt de temperatuur op aarde.

Door menselijke activiteiten komen er extra broeikasgassen in de atmosfeer, waardoor de concentratie van deze gassen toeneemt en het evenwicht verstoort. Dit versterkt het natuurlijke broeikaseffect. De evenwichtstemperatuur gaat stijgen en zorgt voor een opwarming van de aarde.

Bron:
https://www.vmm.be/klimaat

Koolstofdioxide (CO2), methaan (CH4) en lachgas (N2O) zijn natuurlijke broeikasgassen. Zij spelen een belangrijke rol in de leefbaarheid op onze planeet, doordat ze op natuurlijke wijze een deel van de zonne-energie die op de aarde terechtkomt in de atmosfeer vasthouden. Zonder deze broeikasgassen zou de gemiddelde jaartemperatuur op aarde geen +15°C bedragen zoals nu, maar slechts -18°C. Een te hoge concentratie aan broeikasgassen doet echter de gemiddelde jaartemperatuur stijgen en zorgt daarbij voor de opwarming van de aarde.

Methaan: kort maar krachtig

Elk broeikasgas heeft een specifiek opwarmend vermogen. Zo is dit vermogen van 1 kg CH4 25 keer hoger dan dat van CO2. Hierdoor wordt gesteld dat 1 kg CH4 gelijk is aan 25 CO2 equivalenten (CO2-eq). Methaan heeft echter een relatief korte levensduur in de atmosfeer (12 jaar). Bij een gelijkblijvende veestapel doorheen de tijd wordt jaarlijks zodoende ongeveer evenveel methaan afgebroken als wordt geproduceerd. Dit maakt dat maatregelen die de uitstoot van methaan verminderen, binnen één generatie een zichtbaar positief effect hebben op ons klimaat.

Bron:
ILVO Vlaanderen: methaanuitstoot veehouderij, enterische emissies

Op 29 maart 2019 hebben zestien partners uit de brede rundveeketen het convenant “Enterische emissies rundvee” in de proefmelkveestal van het ILVO ondertekend. Met dit convenant wordt gewerkt aan de prognose van het Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030 om de enterische emissies te verminderen met -19% t.o.v. 2005. Door de toename van de enterische emissies in de afgelopen jaren vertaalt deze doelstelling zich tot een reductie van -27% t.o.v. 2018. De doelstelling van het convenant ‘Enterische emissies rundvee’ is haalbare maatregelen in de sector uitrollen om de enterische emissies te reduceren. Hiervoor zijn meerdere thematische werkgroepen opgericht. Daarnaast wordt ook ingezet op onderzoek.

De partners komen uit verschillende schakels van de agrovoedingsketen. Zo engageren de landbouworganisaties (Algemeen Boerensyndicaat, BioForum, Boerenbond, Groene Kring, Vlaams  Agrarisch Centrum) zich, maar ook specifieke zuivel- en vleesveesectororganisaties (Belgische confederatie  van de Zuivelindustrie (BCZ), Belbeef, Coöperatie voor Rundveeverbetering (CRV), de Federatie voor het Belgisch Vlees (FEBEV)), de mengvoederfabrikanten onder naam van de Belgian Feed Association (BFA), de federatie van toeleveranciers van machines, gebouwen en uitrustingen (Fedagrim)  en verschillende entiteiten van de Vlaamse overheid. Via deze ketenbenadering wordt gestreefd naar een geïntegreerde aanpak voor het reduceren van de uitstoot van broeikasgassen.

Het Convenant Enterische Emissies Rundvee focust enkel op de enterische emissies. Uitstoot door bijvoorbeeld mestopslag of –aanwending worden in dit kader niet in rekening gebracht.

Meer informatie: Convenant Enterische emissies rundvee 2019-2030

Bronnen:
https://ilvo.vlaanderen.be/nl/dossiers/methaanuitstoot-veehouderij-enterische-emissies 
https://lv.vlaanderen.be/nl/voorlichting-info/voorlichting/energie-en-klimaat/klimaat#convenant 

In België wordt momenteel de 2030 doelstelling van -35% broeikasgasuitstoot t.o.v. 2005 gerespecteerd. Net als alle andere Europese lidstaten diende België een Nationaal Energie- en Klimaatplan op te maken voor de periode 2021-2030. Dit plan bestaat uit de plannen van het Vlaams, Waals en Brussels Hoofdstedelijk Gewest. 

Het Vlaams Energie- en Klimaatplan 2021-2030 werd op 9 december 2019 goedgekeurd door de Vlaamse regering en ambieert 35% broeikasgasreductie t.o.v. 2005. Dit plan buigt zich over de verschillende niet-ETS sectoren, waaronder de landbouw. De Vlaamse landbouw dient tegen 2030 te streven naar een reductie van haar broeikasgasuitstoot met 25% t.o.v. 2005. Binnen het Convenant Enterische Emissies Rundvee werd specifiek de doelstelling opgelegd om de enterische methaanemissies tegen 2030 met 19% t.o.v. 2005 te reduceren. Dit kadert binnen de doelstelling voor de Vlaamse landbouw.

Actuele cijfers broeikasgasuitstoot landbouw

De landbouwsector is verantwoordelijk voor 10 % van de totale broeikasgasemissies (uitgedrukt in CO2-eq) in Vlaanderen of 17% van de Vlaamse niet-ETS uitstoot. Deze uitstoot bestond in 2018 voor 50% uit methaan (CH4), 24% uit lachgas (N2O) en 26% uit koolstofdioxide (CO2). Het grootste deel van die methaanemissies zijn afkomstig van enterische fermentatie (70 % van het methaan of 34% van de totale broeikasgasemissies door de landbouw in 2017). De overige 30 % zijn methaanemissies afkomstig van mest en mestopslag. Methaanemissies betekenen voor het rund een verlies van voederenergie. Zo’n 5 tot 12 % van de opgenomen energie uit het voeder verlaat het (koe)lichaam ‘onbenut’ in de vorm van methaan.

Lachgas en methaan worden vrijgezet tijdens de productie en opslag van dierlijke mest. Stal- en mestmanagement hebben een invloed op de vorming en de emissie van deze broeikasgassen. De lachgasemissies uit mest zijn voornamelijk afkomstig van rundvee, de methaanemissies uit mest zijn voornamelijk afkomstig van varkens. Lachgas wordt ook uitgestoten door bodemprocessen als gevolg van de nitrificatie en denitrificatie van stikstofbemesting (dierlijke mest / kunstmest).

Lachgasemissies uit gras- en akkerlandbodems zijn het gevolg van landbouwactiviteiten die stikstof aan de grond toevoegen. De belangrijkste landbouwactiviteiten die stikstof aanbrengen, zijn het toedienen van mest, mestproductie van grazende dieren en gewasresten die na de oogst achterblijven op het land. 

De energetische emissies zijn het gevolg van verbranding van fossiele brandstoffen, voornamelijk in de glastuinbouw en intensieve veehouderij voor verwarming van serres en stallen, en maakten in 2018 26% uit van de totale landbouwemissies.

De landbouw sector is een unieke sector in het klimaatverhaal door het voorkomen van uitstoot uit biologische processen en levende materie (CH4, N2O). Dit is anders dan de meeste andere sectoren waarbij de uitstoot voornamelijk te wijten is aan verbranding van fossiele brandstoffen (CO2). In tegenstelling tot energetische verbrandingsprocessen zal je bij de biologische processen de uitstoot van broeikasgassen nooit tot nul kunnen herleiden, maar wel deels reduceren. Wanneer we spreken van een klimaatneutrale landbouw of maatschappij zullen dus altijd de broeikasgassen uit biologische processen gecompenseerd moeten worden door koolstofopslag.

Actuele cijfers broeikasgasuitstoot landbouw
Emissies broeikasgassen Vlaanderen
Meest recente cijfers broeikasgassen (per broeikasgas en per sector)
Cijfers broeikasgassen per activiteit (bv. veeteelt)
Verdeling niet-ETS uitstoot in Vlaanderen in VEKP ’21-30: pagina 15
Verdeling uitstoot binnen landbouw in VEKP ’21-30: pagina 164-165
Op Belgisch niveau
Officiële rapportering

Bronnen:
https://ilvo.vlaanderen.be/nl/dossiers/methaanuitstoot-veehouderij-enterische-emissies 

Enterische emissies ontstaan tijdens de fermentatie van koolhydraten en ruwe celstof in de pens. Hier breken micro-organismen het opgenomen voeder af tot vluchtige vetzuren, die dienen als bouwstenen voor de productie, groei, voortplanting en onderhoud van de dieren. Naast die vluchtige vetzuren, stellen micro-organismen ook waterstofgas (H2) vrij. Om een optimale pensfermentatie te behouden, moet dit H2 verwijderd worden. Methanogene bacteriën nemen dit voor hun rekening. Ze binden het H2 met CO2 en vormen zo CH4 en H2O. Het methaangas verlaat het lichaam langs de muil via oprispingen en uitgeademde lucht.
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, is de hoeveelheid methaan die het lichaam verlaat via winden, zeer beperkt. Slechts 10% van de totale enterische emissies wordt immers gevormd in de dikke darm, de andere 90% in de pens. Het gevormde methaan wordt grotendeels opgenomen in de bloedbaan en verlaat het lichaam via de uitgeademde lucht. 

Niet alle vluchtige vetzuren leiden tot methaan

Dankzij de microbiële fermentatie die hierboven beschreven staat, hebben herkauwers het grote voordeel dat ze vezelrijke voeders zoals gras kunnen omzetten tot hoogwaardige eiwitten (vlees en melk). De keerzijde hiervan is de productie van methaan. Gelukkig zorgen niet alle vluchtige vetzuren die ontstaan tijdens de koolhydraatvertering uiteindelijk voor methaan. Bij de vorming van de vetzuren azijnzuur en boterzuur wordt H2 geproduceerd, terwijl bij de vorming van het vetzuur propionzuur H2 net wordt opgenomen. Dit betekent dat de vorming van azijnzuur en boterzuur in de pens bijdraagt aan de methaanemissies en de vorming van propionzuur de methaanvorming net remt. Zetmeelrijke producten zoals granen zullen voornamelijk leiden tot de productie van propionzuur. Voedermiddelen die rijk zijn aan vezels zoals graskuil leiden voornamelijk tot de productie van azijnzuur en geven aanleiding tot de productie van methaan.

Koolhydraatvertering in de koe

Schematisch overzicht van de koolhydraatvertering en de methaanproductie in de koe (website SMART melken)

Bronnen:
https://ilvo.vlaanderen.be/nl/dossiers/methaanuitstoot-veehouderij-enterische-emissies 
Klimaatmitigatie in de landbouw | Departement Landbouw & Visserij (www.vlaanderen.be)

Rundveehouders kunnen maatregelen toepassen om de CH4-emissies te reduceren. Deze maatregelen situeren zich binnen 3 categorieën: voeder-, dier- en veestapelmanagement en genetica.

1. Methaanuitstoot verminderen via voeder

Via het voeder kan de CH4-productie op verschillende manieren gereduceerd worden. Een rundveehouder kan ten eerste het rantsoen van zijn runderen aanpassen.

Ten tweede zijn er additieven of voedingssupplementen beschikbaar die de productie van CH4 kunnen verminderen. Gekende voorbeelden zijn additieven die de penswerking beïnvloeden zoals 3-NOP (3-nitrooxypropanol, bv. Bovaer) en nitraten. In nationaal en internationaal onderzoek wordt eveneens gekeken naar het gebruik van plantenextracten (vb. essentiële oliën), secundaire plantmetabolieten (bv. saponinen), organische zuren en probiotica.

Hoe werkt het?

Deze voederstrategieën verminderen de methaanuitstoot doordat ze de microbiële populatie in de pens wijzigen of doordat ze het waterstofgas waarmee methaan gevormd wordt in de pens op alternatieve wijze verwijderen (zoals de productie van propionzuur.

Hoewel de micro-organismen in de pens verantwoordelijk zijn voor de productie van CH4, zijn ze voor de vertering van vezelrijke voeders onmisbaar. Een volledige eliminatie van de pensflora is dus geen optie. Daarenboven bestaat de kans dat door onvolledige vertering extra methaan geproduceerd wordt in de mest, wat de winst die gemaakt werd door de lagere CH4-uitstoot in de pens teniet kan doen.

Het effect van additieven die een invloed hebben op de CH4-productie in de pens en/of in de mest is tot slot in veel gevallen afhankelijk van de samenstelling van het basisrantsoen  waaraan ze worden toegevoegd.

2. Methaanuitstoot verminderen via efficiënter management

Rundveehouders kunnen ook via hun management de CH4-emissies van hun veestapel reduceren. Een optimale, snellere jongvee-opfok zorgt voor een vroege afkalfleeftijd van het jongvee . Een te hoge afkalfleeftijd brengt risico´s met zich mee. De dieren hebben bij een hogere afkalfleeftijd een grotere kans op vervetting wat gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Tegelijkertijd verkleint de uitstoot doordat minder (niet-lacterend) jongvee aanwezig is. Daarnaast kan een verbeterde gezondheid van de melkkoeien in langleefbare koeien en een lager vervangingspercentage waardoor ook minder jongvee nodig is eveneens bijdragen tot lagere CH4-emissies. Wanneer de vrijgekomen plaatsen opgevuld worden door nieuwe dieren, zal er op bedrijfsniveau geen absolute reductie van enterische emissies plaats vinden.

Tot slot kunnen heel wat ‘goede praktijken’ bijdragen aan een betere gezondheid van de dieren en een betere efficiëntie van het bedrijf. Ook dat resulteert in een lagere klimaatimpact door een lagere emissie per kg geproduceerde melk of vlees.

3. Inzetten op genetica en selectie

Door systematisch koeien te selecteren met verbeterde voederefficiëntie en/of lagere CH4-emissies, kan de rundveehouderij eveneens zijn methaanuitstoot beperken. Hierbij wordt dus ingespeeld op de genetica van onze veestapel. 

Door het gebruik van gesekst sperma kan kan een reductie gerealiseerd worden door in te spelen op de dieraantallen. Dit in de categorieën van het jongvee. 
Het gebruik van dubbeldoelrassen kan de emissies reduceren doordat het enerzijds kan inspelen op de dieraantallen en zorgt voor verschuivingen van bepaalde diercategorieën. 

Bron:
ILVO Vlaanderen: methaanuitstoot veehouderij, enterische emissies

In 2015 werd het Klimaatakkoord van Parijs onderschreven door 195 landen, waaronder België als lid van de Europese Unie. Dit akkoord wil onder meer de globale temperatuurstijging als gevolg van klimaatverandering beperken tot 2°C en streven naar een maximale opwarming van 1,5°C. Het Akkoord van Parijs is wettelijk bindend en vergt inspanningen van alle ondertekenende landen. Zo stelt het vast dat elke partij ‘nationaal vastgestelde bijdragen’ (nationally dertermined contributions of NDCs) moet voorzien, die elke vijf jaar bijgesteld dienen te worden.

De Europese Unie vertaalde haar engagement binnen het Akkoord van Parijs naar Europees niveau. In 2014 werd vastgelegd dat de te behalen reductie van broeikasgassen verdeeld zou worden over de ETS- en niet-ETS sectoren (Emission Trading System). De ETS sectoren die de energie intensieve grootschalige industrie en bedrijven omvatten - vallen onder de Europese emissiehandel Zij dienen hun broeikasgasuitstoot tegen 2030 te reduceren met 43% t.o.v. 2005. De niet-ETS-sectoren, waaronder de landbouw, dienen op Europees niveau hun broeikasgas tegen 2030 te reduceren met 30%. De niet-ETS doelstelling werd verder vertaald naar nationale, bindende doelstellingen via de ‘Effort Sharing Regulation’. Naast de ETS en niet-ETS pijlers wordt in de derde pijler de uitstoot en opslag van CO2 uit landgebruik gereguleerd via het LULUCF beleid (land use, land use change and forestry).

ETS

In 2019 werd de Europese Green Deal gelanceerd door de Europese Commissie. Naast een reeks andere duurzaamheidsdoelstellingen, wil de strategie ook van Europa het eerste klimaatneutrale continent maken tegen 2050. Dit betekent ook het opdrijven van de ambities voor 2030 en het verankeren van deze ambities in een klimaatwet. De Europese Commissie, de Europese Raad en het Europees Parlement gingen reeds akkoord met een reductiedoelstelling voor 2030 van -55% t.o.v. 1990. De vertaling van deze nieuwe ambitie in de relevante wetgeving (o.a. verdeling doelstelling over lidstaten) en beleidsteksten wordt in 2021 bekeken.


Bronnen:
https://klimaat.be/klimaatbeleid/internationaal/overeenkomst-van-parijs
https://klimaat.be/klimaatbeleid/europees/2030-klimaat-energiekader
https://ec.europa.eu/clima/policies/eu-climate-action/2030_ctp_nl
https://energiesparen.be/klimaat
https://bfa.be/flexpage/DownloadFile?id=143589

Broeikasgassen worden gemonitord via een emissie-inventaris broeikasgassen. Deze inventarissen worden op internationaal niveau in het kader van de Verenigde Naties opgevolgd door het Klimaatverdrag of UNFCC (United Nation Framework Convention on Climate Change). Elke partij dient jaarlijks de emissie-inventaris kenbaar te maken aan het secretariaat van de Conference of Parties (COP). Deze rapportering dient steeds te bestaan uit een “National Inventory Report” (NIR) waarin de gebruikte berekeningsmethodieken beschreven staan en de tabellen met emissies opgemaakt volgens het “Common Reporting Format” (CRF). De berekeningsmethodiek dient de richtlijnen van het IPCC te volgen. IPCC is het Intergovernmental Panel on Climate Change. 

België, als lid van de Europese Unie, maakt ook jaarlijks een emissie-inventaris op die aan de Europese Commissie bezorgd wordt. De Belgische “Nationale inventaris voor broeikasgasemissies” wordt jaarlijks opgesteld uit de Vlaamse, Brussels Hoofdstedelijke en Waalse inventarissen voor de niet-ETS broeikasgasuitstoot. In Vlaanderen is de Vlaamse milieumaatschappij (VMM) de verantwoordelijke instantie voor de emissie-inventaris broeikasgassen. 

De emissie-inventaris wordt op verschillende detailniveaus opgebouwd, waarbij de berekening gedetailleerder dient te zijn naargelang het toenemende belang van een bepaalde emissiebron. Je kan als land altijd gedetailleerder werken dan vereist indien ook de wetenschappelijke onderbouwing en borging gegarandeerd wordt.

Momenteel worden maatregelen in kader van het Convenant Enterische Emissies Rundvee, wanneer ze niet inspelen op dieraantallen, niet zichtbaar in de emissie-inventaris broeikasgassen. Daarom engageerde VMM zich om aanpassing van de emissie-inventaris broeikasgassen mogelijk te maken, zodat de inspanningen door de landbouwer hierin gevaloriseerd kunnen worden.

Bronnen:
https://klimaat.be/in-belgie/klimaat-en-uitstoot/uitstoot-van-broeikasgassen
https://unfccc.int/process-and-meetings/transparency-and-reporting/reporting-and-review-under-the-convention/greenhouse-gas-inventories-annex-i-parties/reporting-requirements

De reductie van enterische methaanemissies is een hot topic in de onderzoekswereld. Wereldwijd wordt er ingezet op de ontwikkeling van reductiemaatregelen om deze emissies te verminderen, zowel bij onderzoeksinstellingen als voederbedrijven. Ook in Vlaanderen zijn er lopende projecten waarin onderzoek wordt uitgevoerd met betrekking tot deze broeikasgasemissies.

Lopende onderzoeksprojecten kunnen geraadpleegd worden via onderstaande linken:

  • In GrASTech (Joint call van FACCE ERA-GAS, ERAN-NET SUSAN en ICT-AGRI, in Vlaanderen voor 90% gefinancieerd door VLAIO en 10% door de sector) worden de methaanemissies van grazende koeien in kaart gebracht. Daarbij wordt onderzocht hoe veehouders kunnen ingrijpen in het bedrijfsmanagement om de emissies te reduceren door bijvoorbeeld beweiding toe te passen, het weidemanagement te optimaliseren en het stalrantsoen aan te passen. Verder wordt nagegaan welke sensoren en precisielandbouwtechnieken de veehouders hierbij kunnen ondersteunen. Daarnaast worden nieuwe meetmethoden ontwikkeld om emissies te meten op de weide, en wordt nagegaan welke invloed precisie-veehouderijtechnologie kan hebben op de emissies van broeikasgassen.
  • Het project HappyCliMi, dat gestart is op 1 april 2021 zal focussen op het reduceren van enterische methaanemissies van melkvee door middel van voederstrategieën. Daarvoor slaan Flanders’ Food, ILVO, Innovatiesteunpunt en Universiteit Gent de handen in elkaar. Voor de invulling van deze methaan reducerende voederstrategieën zal ingezet worden op nevenstromen uit de agrovoedingsindustrie. Daarbij zal de bestaande strategie met betrekking tot de combinatie van bierdraf en koolzaadschroot verder verfijnd worden op praktijkbedrijven en wordt het reducerende potentieel van andere nevenstromen onderzocht. 
  • In het VLAIO-landbouwtraject Klimrek werkt ILVO, innovatiesteunpunt en VITO samen aan een klimaattraject en een klimaatscan voor melkveehouders, varkenshouders en akkerbouwers met aardappelen in het teeltplan. Daarmee kunnen klimaatconsulenten de landbouwers begeleiden naar een klimaatvriendelijke en klimaatrobuuste bedrijfsvoering. Met de klimaatscan wordt  aan de hand van een simulatie een inschatting gemaakt van de koolstofvoetafdruk van de bedrijven. De impact van maatregelen die genomen worden in het kader van het Convenant enterische emissies rundvee 2019-2030 zullen in dit project gesimuleerd worden in de klimaatscan.

Naast de bewezen reductiestrategieën, loopt er nog heel wat onderzoek naar nieuwe strategieën. Een veelbesproken strategie, is het gebruik van zeewier in de rantsoenen van runderen. Echter dient hier nog kennis opgebouwd te worden alvorens het inzetbaar zal zijn in de praktijk. Ook de invloed van de genetica en van de samenstelling van de micro-organismen in de pens en het sturen van deze micro-organismen vraagt meer inzicht en verder onderzoek alvorens dit geïmplementeerd kan worden.

Het Convenant in Vraag & Antwoord (pdf)


Verklarende woordenlijst

CH4 Chemische formule voor methaan, een broeikasgas
CO2 Chemische formule voor koolstofdioxide, een broeikasgas
ETS Emission Trading System.
De ETS sectoren die de energie intensieve grootschalige industrie en bedrijven omvatten - vallen onder de Europese emissiehandel (Emission Trading System).
Niet-ETS Sectoren die niet onder het ETS vallen.
LULUCF Land Use, Land Use Change and Forestry
Pijler binnen het Europese klimaatbeleid die zicht buigt over emissies uit landgebruik(sverandering) en bossen. Dit gaat voornamelijk over CO2-opslag en –uitstoot.
N2O Chemische formule voor lachgas, een broeikasgas